Wanneer je je stage doorloopt als loontrekkende, wordt je sociaal statuut geregeld via je werkgever. Enkel de aansluiting bij een ziekenfonds is dan noodzakelijk. Je kan je stage ook doorlopen als zelfstandige. Dit is de meest gangbare situatie. Elke zelfstandige moet zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds voor de betaling van sociale bijdragen. Door de betaling van deze bijdragen bouw je je sociale rechten op: recht op terugbetaling van gezondheidszorgen, uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid, gezinsbijslag, moederschapshulp, overbruggingsrecht, uitkeringen in het kader van mantelzorg en pensioen. Als zelfstandig stagiair ben je eveneens verplicht om je aan te sluiten bij een ziekenfonds.

De sociale bijdragen als zelfstandige worden berekend op het inkomen van het jaar zelf. Stagiairs betalen dus hun definitieve sociale bijdragen van 2016 op hun werkelijke inkomen van dat jaar.

 

Omdat dit inkomen nog niet onmiddellijk gekend is, betaal je in eerste instantie echter steeds een voorlopige bijdrage die twee à drie jaar later herzien wordt, op het moment dat de fiscus je werkelijke inkomen heeft vastgesteld. Als startende stagiair zal deze voorlopige bijdrage een minimumbijdrage zijn, of een bijdrage berekend op een hoger (geschat) inkomen. Vanaf het vierde volledige jaar wordt de voorlopige bijdrage berekend op het inkomen van drie jaar terug.

 

De bijdragen worden steeds berekend als een percentage van het netto belastbaar inkomen (=bruto inkomen - beroepskosten - sociale bijdragen - bijdragen Sociaal Vrij Aanvullend Pensioen Zelfstandigen).

 

Nuttig om weten

 

  • Schrijf je bij het afstuderen onmiddellijk in als werkzoekende bij de VDAB.
     
  • Oefen je je stage uit in loondienst? Dan kan je terugvallen op een meer uitgebreide sociale bescherming. Dat zal de stagemeester echter meer kosten.
     
  • Ben je een zelfstandige stagiair die zijn stage combineert met een deeltijdse job in loondienst? Je bent zelfstandige in bijberoep als je activiteit als loontrekkende minstens 50% van een voltijdse job bedraagt (of minstens 60% als je als vast benoemde in het onderwijs staat). Met het bijberoep bouw je geen sociale rechten op aangezien alles via het sociaal statuut als loontrekkende wordt geregeld. Betaal je echter bijdragen die minstens even hoog zijn als de minimumbijdragen in hoofdberoep, dan kan je vanuit het zelfstandigenstatuut bijkomende pensioenrechten opbouwen.
     
  • De aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds moet gebeuren vóór de start van je zelfstandige activiteit. Wie zich laattijdig aansluit, riskeert een administratieve boete.
     
  • De sociale bijdragen worden per kwartaal betaald. Wie in de loop van een kwartaal start, zal alsnog voor het volledige kwartaal bijdragen betalen. Begin je bijvoorbeeld je stage in september, dan betaal je sociale bijdragen voor het volledige derde kwartaal.
     
  • Wie problemen ondervindt bij de betaling van de sociale bijdragen, kan een aanvraag tot vrijstelling indienen bij de Commissie voor Vrijstelling. Het sociaal verzekeringsfonds helpt je met de samenstelling van jouw dossier.

 

Stage in het buitenland

 

Een stage als architect wordt soms in het buitenland uitgevoerd. Word je door je Belgische stagemeester voor een bepaalde periode (max. 2 jaar) naar een andere Europese lidstaat gestuurd, dan spreken we van een ‘detachering’. Je moet het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) hiervan op de hoogte brengen. Het RSVZ levert dan een A1-formulier af, waarin bevestigd wordt dat je onderworpen blijft aan de Belgische sociale wetgeving en in België sociale bijdragen blijft betalen. Dit A1-formulier kan je in het buitenland gebruiken om aan te tonen dat je in België verzekeringsplichtig bent.

Voer je je stage uit in een Europese lidstaat, maar niet in opdracht van een Belgische architect, dan is de sociale wetgeving van het land waarin je werkt van kracht.

 

Heb je naast je stage een loontrekkende of zelfstandige activiteit in een andere lidstaat, dan gelden specifieke regels. Daarbij kunnen zich de volgende gevallen voordoen:

 

  • 1. Loontrekkende activiteit in België en zelfstandige in een andere lidstaat: het Belgisch sociaal statuut is van toepassing op beide beroepsactiviteiten. De zelfstandige activiteit kan als bijberoep beschouwd worden wanneer de loontrekkende activiteit minstens halftijds is.

 

  • 2. Zelfstandige in België en loontrekkende in een andere lidstaat: het sociaal statuut van de andere lidstaat is van toepassing op beide beroepsactiviteiten.
     
  • 3. Zelfstandige in België en in een andere lidstaat: meestal zal de wetgeving van het land waar je ook woont van toepassing zijn, tenzij je minder dan 25 % van je totale activiteiten in dat land uitvoert. Als dat het geval is, moet nagegaan worden in welk land zich het centrum van je belangen bevindt. Woon je bv. in Nederland en oefen je naast een zelfstandige activiteit in Nederland ook een zelfstandige activiteit uit in België, dan zal meestal de Nederlandse sociale wetgeving van toepassing zijn.