In welke structuur brengt u een tijdelijke horizontale samenwerking onder? Als u die vraag stelt aan collega’s, krijgt u meestal een van de volgende drie antwoorden: een tijdelijke vennootschap van architecten, een tijdelijke maatschap van architecten of een tijdelijke feitelijke vereniging van architecten.

Enkele kanttekeningen daarbij.

 

  • Louter juridisch bestaat er niet zoiets als een tijdelijke feitelijke vereniging van architecten.
  • Een ‘vennootschap’ is eigenlijk een verzamelnaam voor alle rechtsvormen van horizontale samenwerking. Er is sprake van een vennootschap als twee of meer vennoten iets in gemeenschap brengen (bv. arbeid) om een bepaalde doelstelling te bereiken (bv. gezamenlijk een project realiseren) met de bedoeling daar iets aan te verdienen. Een vennootschap is dus een samenwerking op basis van gelijkwaardigheid waarbij delen in winst en verlies essentieel is.
  • Meestal gebeurt de tijdelijke samenwerking onder de vorm van een maatschap. De gekende THV (tijdelijke handelsvereniging) is een specifieke vorm van een maatschap.
  • In deze hoofdstukken gaan we verder in op de maatschap. Een maatschap is een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid en vormt dus geen afzonderlijke rechtspersoon. Er is een belangrijk onderscheid (zie verder) tussen een burgerlijke en een commerciële maatschap.
  • Voor langdurige projecten kan eventueel een vennootschap met rechtspersoonlijkheid worden opgericht, zoals een bvba.

 

Een burgerlijke versus een commerciële maatschap


Omdat hij een vrij beroep uitoefent, mag de architect niet de hoedanigheid van handelaar krijgen. Daardoor mag hij in principe alleen toetreden tot een burgerlijke en niet tot een commerciële maatschap.


Ter herinnering: wat houdt de uitoefening van een vrij beroep in?
 

  • U beoefent een beroepsactiviteit op intellectueel onafhankelijke wijze en onder eigen verantwoordelijkheid.
  • U verricht hoofdzakelijke intellectuele prestaties.
  • U heeft een voorafgaande opleiding gevolgd.
  • U moet een permanente vorming volgen (dit wordt binnenkort een realiteit voor de architecten).
  • U bent onderworpen aan een tuchtorgaan.
  • U bent geen koopman.
     

Het probleem is dat u in een commerciële maatschap zit voor u het beseft. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als u een tijdelijke maatschap vormt met partners die wel als handelaar mogen optreden, bijvoorbeeld een ingenieur of een interieurarchitect. Als hun activiteiten niet ‘bijkomstig’ zijn aan de uwe, is er automatisch sprake van een commerciële maatschap, ook als u het samen anders op papier zet. U mag zeker niet te lichtzinnig over het begrip ‘bijkomstig’
heenstappen. De inbreng van de stabiliteitsingenieur is bijvoorbeeld essentieel in een normaal bouwproject, ongeacht het aandeel van die bijdrage in het bouwbudget.

U ziet meteen dat er hier een serieuze frictie kan ontstaan. Ook de gerechtelijke wereld is zich daarvan bewust. Recente rechtspraak duidt op een beginnende kentering inzake het verbod voor architecten om in een commerciële maatschap
te stappen.

 

“Het enkele feit dat men deelneemt aan een maatschap met handelskarakter verleent nog niet de hoedanigheid van handelaar.”
(Hof van Beroep Luik, 22 oktober 2010)

 

“Door deel te nemen aan een tijdelijke handelsvennootschap krijgt de architectenvennootschap niet de hoedanigheid van handelaar; dit zou immers stuiten op deontologische bepalingen.”
(Toenmalige Rechtbank van Koophandel Tongeren, 19 juni 2012)

 

Burgerlijk versus commercieel: belangrijk voor de hoofdelijke gehoudenheid


Het onderscheid tussen een commerciële en een burgerlijke maatschap is niet zonder belang. Naast de mogelijke deontologische gevolgen (zie verder), heeft het ook een weerslag op de gehoudenheid ten opzichte van de opdrachtgever.

 

 

  • In een commerciële maatschap zijn alle maten hoofdelijk gehouden ten opzichte van de opdrachtgever, tenzij contractueel anders wordt bepaald met die opdrachtgever. De hoofdelijke gehoudenheid houdt in dat de opdrachtgever een vennoot voor het geheel kan aanspreken. Die vennoot moet dan verhaal halen bij de andere vennoten. Hij loopt dus het risico dat een of meer van die vennoten insolvent zijn.
  • In een burgerlijke maatschap is er geen hoofdelijke gehoudenheid ten opzichte van de opdrachtgever, tenzij contractueel anders is overeengekomen. De opdrachtgever kan een vennoot enkel tot beloop van zijn deel  aanspreken. Het risico dat een of meerdere vennoten insolvent zijn, is dan ten laste van de opdrachtgever.