We hebben gezien dat een samenwerking meestal de vorm zal aannemen van een maatschap. Maar vanaf welk moment laat u die maatschap het best van start gaan? Mag u buiten de maatschap nog om het even welke andere engagementen aangaan of bent u gebonden aan bepaalde beperkingen? Hoe geïntegreerd is de samenwerking?

Wanneer laat u de maatschap het best van start gaan?

 

Grosso modo zijn er twee mogelijkheden.

 

  • De maatschap gaat van start zodra de gunning is toegekend. In de praktijk gebeurt het dikwijls op die manier. Nochtans …
     
  • Het kan interessant zijn om al met de maatschap van start te gaan vanaf de eerste inspanningen om de opdracht binnen te halen. Die fase vormt immers een wezenlijk onderdeel van de gezamenlijke activiteiten.

 

De realiteit vandaag is dat de kosten die voor de gunning worden gemaakt, meestal grotendeels voor rekening van het architectenbureau zijn. Een samenwerking die al tijdens de kandidatuurstelling van start gaat, kan daar uitkomst voor  brengen. Het voordeel van een opstart voor de kandidaatstelling is dat u meteen afspraken kunt maken over ieders bijdrage in de kosten (bv. voor het indienen van een offerte) en ieders aandeel in de eventuele vergoedingen (bv. in het geval van een wedstrijd).

 

Uiteraard moet u wel duidelijk omschrijven wat ieders taak is in de fase voor de gunning. Ook moet u een duidelijke ontbindende voorwaarde opnemen in de samenwerkingsovereenkomst, voor het geval de opdracht niet aan de maatschap wordt gegund.

 

Het concurrentieverbod: mag u buiten de maatschap zomaar doen wat u wil?

 

Zodra u in een maatschap stapt, bent u onderhevig aan een niet-concurrentieverplichting. Wanneer een vennoot namelijk zijn arbeid, werk of diensten inbrengt, mag hij volgens het vennootschapsrecht niet elders gelijkaardige activiteiten uitoefenen, tenzij contractueel anders is bepaald.

 

“De vennoten die zich verbonden hebben hun nijverheid in de vennootschap in te brengen, zijn haar rekenschap verschuldigd van alle winsten die zij gemaakt hebben door de soort van nijverheid die het voorwerp van uitmaakt”.
(Art. 24 W. Venn.)



Als er contractueel geen andere afspraken zijn gemaakt, geldt dat u bij niet-gunning alleen vanuit de maatschappij vooralsnog kunt meewerken aan het project waarvoor de maatschap zich had ingeschreven. U moet dan al uw verdiensten binnen de maatschap brengen. Deze niet-concurrentieverplichting kunt u in de samenwerkingsovereenkomst aanvullen met een niet-concurrentiebeding. Een voorbeeld uit de praktijk.

 

“Beide partijen verklaren heden voor aanbesteding geen ander samenwerkingsakkoord met derde te hebben. Indien de aanbesteding niet gewonnen wordt, kan er voor derden gewerkt worden vanuit de THV. Prijzen worden in  gemeenschappelijk overleg bepaald. Elke partij verplicht zich in voorkomend geval geen individuele onderhandelingen te voeren, zonder de THV te raadplegen.”

 

Hoe ver reikt de samenwerking?

 

In een maatschap gaat het meestal om een niet-geïntegreerde samenwerking. Dat houdt in dat de gemeenschappelijke opdracht onderling wordt verdeeld in loten op basis van bepaalde criteria, bv. geografische criteria of technische  specialisatie. Anders is het in een geïntegreerde samenwerking, waarin de maten middelen verzamelen in een gestructureerd samenwerkingsverband.

 

Voor een niet-geïntegreerde samenwerking zijn volgende karakteristieken en aandachtspunten belangrijk.

 

  • De interne organisatie is eenvoudiger.
  • De vergoeding kan beperkt zijn tot de marge op eigen prestaties.
  • Intern wordt de aansprakelijkheid beperkt tot de activiteiten met betrekking tot het lot.
  • De maten zijn wel gezamenlijk gehouden ten opzichte van derden, en dat al dan niet hoofdelijk (zie verder).
  • Gezien die gezamenlijke aansprakelijkheid kunt u dus mee het bad worden ingetrokken voor het werk van andere maten. Meteen rijst de vraag hoe u een zekere controle kunt behouden op de uitvoering van de andere loten. Sta daar zeker tijdig bij stil.
  • Een ander risico is dat een maat wegvalt die essentieel is voor de samenwerking, bv. omdat hij beschikt over een specifieke technische kennis die de andere maten niet kunnen leveren. Ook bij dit risico staat u het best op voorhand al eens stil.