Wat zet u in de samenwerkingsovereenkomst?
  • Schriftelijke overeenkomst.
     

In theorie is er geen schriftelijke samenwerkingsovereenkomst vereist, maar uiteraard valt die wel ten stelligste aan te bevelen, vooral dan vanuit overwegingen van bewijskracht. U hoeft deze geschreven overeenkomst niet te laten registreren, maar het voordeel van een registratie is dat de overeenkomst daarmee een vaste datum krijgt en tegenstelbaar is aan derden. Meer details vindt u verder.
 

  • Duidelijk opgesteld.
     

Laat de overeenkomst bij voorkeur opstellen door een jurist die vertrouwd is met vennootschappen en samenwerking. Dat kost u geld, maar het kan u later heel wat extra kosten besparen als het tot discussies mocht komen. Als u toch zelf de klus wilt klaren, vermijdt u het best alle juridische jargon. Zet klaar en duidelijk op papier wat u effectief wilt afspreken, in korte zinnen die niet voor meerdere interpretaties vatbaar zijn.
 

  • Alleen de overeenkomst telt.
     

Neem een zogenaamd vierhoekenbeding op. Daarin vermeldt u dat iedereen zich na de onderhandelingen verbindt tot het gesloten akkoord, zonder verder nog rekening te houden met de communicatie en eventuele discussies die aan het sluiten van het akkoord voorafgegaan zijn. De overeenkomst omvat met andere woorden de volledige regeling tussen de partijen.
 

  • Overeenkomsten evolueren.
     

Houd er rekening mee dat een project evolueert en dat de overeenkomst die evolutie moet volgen. Notuleer zorgvuldig eventuele wijzigingen aan de onderlinge afspraken tijdens de samenwerking en leg die vast in een door alle maten goedgekeurd en ondertekend addendum bij de overeenkomst. Dat addendum dwingt u meteen om moeilijke punten tijdig te bespreken, voor ze uitgroeien tot een effectief probleem. Als u alles almaar op zijn beloop laat, riskeert u een sluipende contractvorming, bijvoorbeeld op basis van communicatie en feitelijke beslissingen.