Conflicten hoeven niet in een rechtszaak te eindigen. Er zijn ook andere mogelijkheden om geschillen te beƫindigen, zoals bemiddeling of een bindende derdenbeslissing. U kunt in de samenwerkingsovereenkomst afspreken dat u voor een van deze oplossingen kiest.

Leg meteen vast hoe alles wordt geregeld.

 

  • Hoe wordt de bemiddelaar of derde aangesteld? Dat gebeurt bij voorkeur in consensus.
  • Hoe moet hij te werk gaan? Essentieel is hier dat elke partij haar inbreng kan leveren in de discussie.
  • Hoe wordt hij vergoed? De meest logische regeling is dat ieder zijn deel betaalt. U kunt er ook voor opteren dat de partij die in het ongelijk wordt gesteld, de kosten op zich moet nemen.
     

Bij conflicten kunt u volgende stappen volgen.

 

  • Stap 1: Streef naar een consensus.

 

Komt u niet tot een akkoord tijdens een vergadering? Las dan een tijdelijke pauze in om de gemoederen wat te laten bekoelen. Beleg op korte termijn een nieuwe vergadering.

 

  • Stap 2: Schakel een bemiddelaar in.

 

Slagen de vennoten er zelf niet in om een conflict op te lossen? Plan dan een vergadering waarop een erkende bemiddelaar wordt uitgenodigd. Die hakt geen knopen door, maar is er op getraind de verschillende standpunten tot een verzoening te brengen.

 

  • Stap 3: Kies eventueel voor een bindende derdenbeslissing.


Als voorgaande stap geen zoden aan de dijk zet, kunt u een beroep doen op een (scheids)rechter. Discussies rond feitelijke zaken zoals de afrekening tussen partijen, kunt u voorleggen aan een derde die deskundig is in de materie. De beslissing van die derde is in principe bindend. Zij bindt ook de (scheids)rechter, tenzij de derde een materiële  vergissing heeft begaan of zijn beslissing blijk geeft van kennelijke onredelijkheid.