Zowel het bouwteam als de geïntegreerde samenwerkingsvormen bieden potentieel mooie kansen.

Mogelijke opportuniteiten

 

Zowel het bouwteam als de geïntegreerde samenwerkingsvormen bieden potentieel mooie kansen.

 

  • De samenwerking in een vroege fase komt de kwaliteit van het project ten goede. Iedere partij (opdrachtgever, ontwerper, uitvoerder) kan meteen haar specifieke kennis (bv. de meest recente inzichten in exploitatie, concepten, technologieën, uitvoerbaarheid, materialen) inbrengen en bijdragen tot een optimaal en vlot uitvoerbaar ontwerp.
     
  • Doordat de doelstelling en het resultaat primeren en door de intense participatie van de opdrachtgever zijn in een bouwteam alle partijen sterk betrokken bij het project. De samenwerking verloopt aangenamer en effici- enter en leidt tot snellere en betere resultaten. Het is geen kwestie van ieder voor zich. Alle partijen zoeken samen naar oplossingen in plaats van uit te gaan van wederzijdse controle en wantrouwen. De kans op betwistingen is normaal kleiner, maar kan wel verschillen afhankelijk van de specifieke formule.
     
  • De voordelen worden alleen gerealiseerd indien voldaan is aan een aantal basiscriteria, zoals het daadwerkelijk ontwikkelen van gemeenschappelijke doelen en belangen, een duidelijke rol- en taakverdeling, heldere afspraken over de werkwijze en besluitvorming en goede intermenselijke relaties.
     
  • In een bouwteam sluiten ontwerpers en uitvoerders aparte overeenkomsten met de opdrachtgever. In de geïntegreerde samenwerkingsvormen daarentegen zijn ontwerp en uitvoering gebundeld in handen van een partij, de opdrachtnemer. Die laatste kan de samenwerking dus ook op zijn eigen manier vorm geven, zoals we verder zullen zien. Eventueel kunnen ontwer- pers en uitvoerders gezamenlijk verbintenissen aangaan ten overstaan van de opdrachtgever.
     
  • In een bouwteam is de opdrachtgever pertinent aanwezig. Hij selecteert in principe de verschillende leden, maakt zelf deel uit van het bouwteam en stuurt het aan.

 

Aandachtspunten

 

Naast bovenstaande opportuniteiten zijn er ook enkele vragen en overwegingen.
 

  • Architecten en advies- en ingenieursbureaus moeten in de samenwerking waakzaam zijn voor hun onafhankelijkheid, gezien hun verantwoordelijk- heid ten overstaan van het openbare belang. Dat is soms een complexe opgave. Voorbeelden uit het buitenland kunnen hier wellicht inspirerend werken. Zo hanteert Frankrijk voor ontwerpers het systeem van cocontractanten. Voor een aantal zaken zijn zij rechtstreeks verantwoordelijk ten overstaan van de opdrachtgever en worden ze door hem daarvoor ook afzonderlijk vergoed.
     
  • DBFM-formules vergen een lange voorbereidingstijd. De aanbestedende overheid moet de contouren van het project op voorhand goed vastleggen. Zij moet nagaan welke maatschappelijke doelstellingen/meerwaarden zij wil realiseren en met welke budgettaire middelen het project zal worden gerealiseerd. Zodra er een duidelijke projectdefinitie voorhanden is, moet de opdrachtgever nagaan of het project überhaupt in aanmerking komt voor PPS. Concreet moet de aanbestedende overheid op zoek gaan naar een mogelijke kostenreductie, een aangepast bouwvoorstel, verregaande duurzaamheidsmaatregelen … Ook de vraag in welke vorm het project het best zal worden gerealiseerd, moet op voorhand beantwoord worden: via een DBM, een DBFM, een DBFMO? Die complexiteit resulteert in een langere voorbereiding en dikwijls ook langere onderhandelingen.
     
  • Met DBFM-formules kunnen dan ook bepaalde risico’s gepaard gaan. Zij kunnen soms af te rekenen hebben met zware (juridische) aanbestedingsprocedures. In bepaalde gevallen kunnen grote consortia bevoordeeld zijn, gezien de lange-termijn-engagementen. De kans bestaat dat zij gepaard gaan met een duurdere private financiering (de overheid kan normaal goedkoper lenen) en hogere kosten, gezien de risico’s met betrekking tot de financiering, de uitvoering, het onderhoud en/of het beheer. Anderzijds rijst de vraag in hoeverre traditionele aanbestedingen soms geen verborgen meerkosten meebrengen (bv. hogere onderhouds- en/of exploitatiekosten).
     
  • Mogelijke bedenkingen zijn er evenzeer bij het bouwteam in de strikte betekenis. Een duidelijk wettelijk kader ontbreekt. Als het misloopt kan dat serieus tegenvallen. De aanneming wordt in de Nederlandse variant van het bouwteam niet aan de gebruikelijke concurrentie onderworpen, zodat het maar de vraag is of de beste aannemingsprijs wordt bekomen. Et cetera.