In een bouwteam werken de leden op gelijkwaardige basis samen. Idealiter maken de bouwteamleden meestal een coördinatieovereenkomst (ook: alliantieovereenkomst) voor de samenwerking in bouwteam. Daarin leggen zij een aantal principes en harde afspraken vast over de manier waarop de gezamenlijke projectvoorbereiding zal gebeuren. Afhankelijk van de samenwerkingsformule worden daarnaast eventueel nog bilaterale overeenkomsten gesloten tussen
de opdrachtgever en de diverse bouwpartners (architectencontract, advies- en ingenieursbureaucontract, aannemingscontract).

De bouwteamovereenkomst voor DBFM-opdrachten

 

De samenwerking in bouwteam wordt geformaliseerd in een samenwerkingsovereenkomst. Belangrijke elementen daarin zijn:
 

  • een exclusiviteitsclausule,
     
  • 100 % confidentialiteit vanaf de offertefase tot en met het BAFO (best and final offer),
     
  • afspraken over het vervolg van de samenwerking na de kandidatuurstelling en de offertevraag,
     
  • de vergoeding voor de ontwerpers,
     
  • vrijheid van de partijen als de offerte niet wordt weerhouden,
     
  • afspraken over de intellectuele rechten,
     
  • afspraken over de vergoeding in geval van een vroegtijdige beëindiging van de samenwerking om redenen die niets met een van de partners te maken hebben,
     
  • afspraken over de aansprakelijkheidsverzekering: de af te sluiten koepelverzekeringspolis(sen) BA voor ontwerp en uitvoering plus een ABR.
     

Een absolute must zijn garanties voor de ontwerpers (architecten, ingenieurs, technici, adviseurs) betreffende hun onafhankelijkheid inzake ontwerp en betreffende hun burgerlijke verantwoordelijkheid ter vrijwaring van het algemeen belang (veiligheid, gezondheid, milieu, planologische en sociale aspecten) en het belang van de opdrachtgever in het bijzonder.

 

Hier rijst onvermijdelijk de vraag of een samenwerking in bouwteam in de ontwerpfase te combineren valt met de wettelijke opdracht van de architect, die persoonlijk het uitvoeringsontwerp moet maken en controle op de uitvoering moet doen. De architect mag deze wettelijke taken niet toevertrouwen aan niet-architecten. Voor alle andere taken geldt die beperking niet, voor zover hij het akkoord heeft van de opdrachtgever en hij zijn deontologie respecteert. Hij moet vooraf een overeenkomst opstellen met de bouwheer waaruit duidelijk blijkt hoe hij, rekening houdend met de bouwteamformule, zijn bijstandstaak en wettelijke opdracht zal vervullen. In het bouwteam mag hij geen afspraken maken die afwijken van die overeenkomst met de opdrachtgever.

 

Hernieuwd samenwerkingsprotocol na toewijzing

 

Na toewijzing van de opdracht leggen alle bouwteampartners hun engagement tot samenwerking opnieuw vast in een protocol of overeenkomst. Belangrijke elementen daarin zijn:

 

  • de vergoeding van de ontwerpers (bij voorkeur een forfaitair bedrag, met een billijke vergoeding voor meerwerken/werken in regie),
     
  • een clausule van strikte confidentialiteit, zowel binnen het consortium als ten overstaan van derden,
     
  • een exclusiviteitclausule,
     
  • een verbrekingsclausule. Als de uitvoerder na toewijzing niet verder wil samenwerken met de ontwerpers, moet hij een schadevergoeding betalen.

 

Taakverdeling: opgelet voor de beperkingen
 

Voor de manier waarop de taken binnen de samenwerking worden verdeeld, gelden enkele pertinente beperkingen.

 

Voor de studiefase zijn de architectenwet van 1939 en het reglement van be- roepsplichten van openbare orde. Afspraken die deze regels miskennen kunnen met de nietigheid worden gesanctioneerd. Ook de vestigingswetgeving kan bij miskenning aanleiding geven tot nietigheid van overeenkomsten en afspraken.

 

In beide gevallen kunnen ook andere overeenkomsten, verbonden aan de nietig verklaarde samenwerkingsovereenkomst, op hun beurt nietig worden verklaard.

 

De taken die gezien de architectenwet (ontwerp plus controle ten persoonlijke titel op de uitvoering) en het reglement van beroepsplichten (dat de ontwerp- taak nader omschrijft) tot de wettelijke opdracht van de architect behoren, mag uitsluitend de architect uitvoeren. Ze vallen ook onder zijn verantwoordelijkheid. Mogen aannemer en ingenieurs dan helemaal niet in het ontwerp worden betrokken? Toch wel. De aannemer mag uitvoeringsplannen opstellen. De ingenieur kan door de architect als expert (bv. stabiliteit, akoestiek) worden ingeschakeld. De architect moet dan de bouwheer bijstaan bij de keuze van die specialist en draagt daarvoor de verantwoordelijkheid. Voor de gespecialiseerde studie zelf draagt hij geen verantwoordelijkheid, tenzij voor zaken die hij met zijn kennis had moeten opmerken.