Werken in bouwteam doet in principe geen afbreuk aan de verschillende taken die elke partij in het team heeft. Iedereen staat in voor zijn eigen expertise en zijn eigen opdracht. Ook wat aansprakelijkheden betreft, blijven dezelfde regels van toepassing. Iedere partner is aansprakelijk voor zijn eigen opdrachten.

De noodzaak van duidelijke afspraken

 

Uitgangspunt van een bouwteam is dat elke partner zijn specifieke expertise inbrengt en de taken vervult die uit zijn functie voortkomen, rekening houdend met de bouwopdracht. Daarnaast organiseren de teamleden een gecoördineerd overleg over de werkzaamheden, waar nodig ondersteund door wederzijds advies.
 

  • De verantwoordelijkheden worden op dezelfde manier toegewezen als bij een klassiek bouwproces. Afhankelijk van de aard van het project (gebouw of infrastructuur) blijven de aansprakelijkheden voor:
    • ontwerp- en controle van de uitvoering ten laste van de architect of het daarvoor aangestelde ingenieursbureau,
    • bijzondere technische adviezen en berekeningen ten laste van het betrokken gespecialiseerde advies- en ingenieursbureau,
    • uitvoeringsfouten ten laste van de betrokken aannemers.
       
  • Nog meer dan in het klassieke bouwproces hebben de bouwpartners een waarschuwingsplicht ten opzichte van elkaar. Hun informatie- en waarschuwingsplicht heeft niet alleen betrekking op de eigen taak, maar ook op voorafgaande handelingen van andere bouwpartners. Aannemers, architecten of ingenieurs moeten waarschuwen voor fouten van een bouw- partner die ze hadden moeten of kunnen voorzien en waardoor ze een werk niet kunnen uitvoeren. Ook moeten zij waarschuwen voor flagrante fouten van een andere bouwpartner die zij vanuit hun eigen kennis hadden moeten opmerken. In bepaalde gevallen moeten de partijen zelfs een voorbehoud formuleren of hun medewerking weigeren.
     
  • De verantwoordelijkheid valt niet altijd duidelijk af te bakenen. Zo kunnen in gezamenlijk overleg genomen ontwerpbeslissingen over bepaalde detailleringen achteraf problemen opleveren door toedoen van onvoorziene omstandigheden. In die zin is het best mogelijk dat bv. de aansprakelijkheid van de aannemer de facto wordt uitgebreid als hij bij het ontwerp wordt betrokken.
     
  • Kunnen de partijen de aansprakelijkheid beperken als zij elk bepaalde ontwerpaspecten op zich nemen? In-solidumgehoudenheid kunnen ze uitsluiten, maar niet voor gebreken die vallen onder de tienjarige aanspra- kelijkheid. Een verdeling van de aansprakelijkheid afspreken en verzekeren, kan in strijd zijn met de verplichte onafhankelijkheid van de architect. Een beding opstellen dat zij elkaars fouten niet zullen signaleren, is mogelijk niet geldig omdat de informatieplicht beschouwd wordt als een essentieel deel van hun opdracht.
     
  • Verder kunnen de bouwteamleden in de bouwteamovereenkomst andere afspraken vastleggen met betrekking tot niet te voorziene problemen. Zij kunnen bv. een verdeling van de kosten op zich nemen volgens een bepaalde verhouding: ieders aandeel in de totaalprijs, een vast percentage voor de opdrachtgever, een andere formule, … Maar zelfs met goede afspraken blijft het risico reëel dat dergelijke omstandigheden toch leiden tot conflicten.

 

Extra aandachtspunten

 

Wat de aansprakelijkheid betreft, verdienen volgende zaken de nodige aandacht.

 

  • De architect

 

De architect moet altijd onafhankelijk de belangen van de opdrachtgever/ bouwheer behartigen en zijn wettelijke taak uitvoeren.
 

Voor een D&B opdracht moet hij in de samenwerkingsovereenkomst de nodige waarborgen laten inbouwen om, in alle onafhankelijkheid van de aannemer, de belangen van de opdrachtgever te kunnen behartigen.


In een DBFM project kan de opdrachtgever de SPV of THV en dus de aannemer/ontwikkelaar zijn. Een samenwerkingsovereenkomst met die SPV of THV brengt dan de onafhankelijkheid van de architect niet in het gedrang. Maar de samenwerking tussen een architect en een aannemer kan niet worden aangegaan in het kader van een THV, vermits dat de wettelijk vereiste onafhankelijkheid van de architect ten overstaan van de aannemer in het gedrang brengt. Deze problematiek stelt zich evenwel niet wanneer de aannemer ook de promotor/bouwheer is.
 

De architect mag of kan in geen enkel geval in onderaanneming werken van de aannemer. Maar ook wanneer hij niet in onderaanneming werkt, kan zijn onafhankelijkheid in het gedrang komen, bv. wanneer de betaling van zijn erelonen afhankelijk is van een goedkeuring dan wel een handelen van de aannemer.

 

  • Het advies- en ingenieursbureau

 

De ingenieur moet net zoals de andere bouwpartners altijd onafhankelijk de belangen van de opdrachtgever/bouwheer behartigen. De advies- en ingenieursbureaus die lid zijn van ORI, onderschrijven daartoe een een deontologische code. Die deontologie legt op dat een advies- en ingenieursbureau niet tegelijkertijd de bouwheer kan adviseren en deel uitmaken van de uitvoeringscombinatie. De meest aangewezen samenwerkingsvorm in D&B en DBFM is daarom de onderaanneming, mits garanties voor het respecteren van de al genoemde onafhankelijkheid, vastgelegd in een ondubbelzinnig contract met een duidelijk wederzijds engagement. Instappen in een THV is omwille van de solidaire verantwoordelijkheid en om juridische, strafrechte- lijke en verzekeringstechnische redenen af te raden.

 

  • Het programma

 

Aannemers, architecten en ingenieurs moeten bij de opdrachtgever informeren wat die precies wil. Als daarover later onduidelijkheid blijkt te bestaan, wordt dat dikwijls in het nadeel van de genoemde bouwpartners uitgelegd.

 

  • In-solidumgehoudenheid
     

In een samenwerking (behalve een burgerlijke maatschap, zie verder) geldt in principe de in-solidumgehoudenheid. Als fouten of tekortkomingen van verschillende partijen leiden tot één schade, is elke partij op basis van haar fout gehouden tot vergoeding van de volledige schade.

 

  • Verboden overeenkomsten
     

Afspraken dat de bouwteamleden delen in de winst als ze erin slagen het project te realiseren voor een lagere bouwprijs dan het aanvankelijk voorzie- ne plafondbudget, zijn voor de architect deontologisch niet toegelaten.