Brand

Brandreactie van gevelbekleding: wat bij een houten gevel?

dr. ir. Kurt De Proft • 21 november 2016

De brandreactie van een materiaal geeft weer hoe dit materiaal gaat reageren bij het ontstaan van een brand. Dit begrip mag niet verward worden met “brandweerstand” dat beschrijft hoe lang een bouwdeel bij een volledig ontwikkelde brand de functies stabiliteit (R), vlamdichtheid (E) of thermische isolatie (I) blijft vervullen (1).

Brandreactie van materialen wordt aangeduid op basis van een Europees classificatiesysteem. Dit classificatiesysteem, beschreven in de norm NBN EN 13501-1, omvat 7 klassen : A1, A2, B, C, D, E en F. Een materiaal in klasse A1 is onbrandbaar. Naast deze 7 klassen worden er nog twee bijkomende factoren gedefinieerd:

 

  • Rookontwikkeling s1, s2 of s3 : s1 staat voor een beperkte rookontwikkeling, s3 staat voor onbeperkte rookontwikkeling;
  • Vorming van brandende druppels d0, d1 of d2: d0 staat voor geen druppelvorming, d2 staat voor onbeperkte druppelvorming.

 

Het Europese classificatiesysteem vervangt het Belgische systeem. Er is geen één op één verband tussen het Europese en het Belgische systeem. Uitgaande van een Belgische klasse kan men dus zomaar geen equivalente Europese klasse terugvinden. Vanaf 1 december 2016 mag enkel nog het Europese systeem gebruikt worden.

 

De Belgische wet schrijft voor dat gevelbekledingen van lage gebouwen (lager dan 10m) tenminste een brandreactieklasse D-s3,d1 moet bezitten. Gevelbekledingen voor middelhoge en hoge gebouwen (hoger dan 10 m, respectievelijk 25m) moeten tenminste een brandreactieklasse B-s3,d1 bezitten. Deze eisen zijn van toepassing op de bouwproducten in hun uiteindelijke toepassingsvoorwaarden, dus met inbegrip van de onderliggende lagen. Een onderliggende laag van de gevelbekleding hoeft niet meer beschouwd te worden wanneer ze beschermd wordt door een laag met brandbeschermingsvermogen K210. Het brandbeschermingsvermogen drukt de capaciteit uit van een materiaal om het achterliggende materiaal te beschermen tegen ontvlamming, verkoling of andere schade gedurende een bepaalde periode. In het geval van K210 (2) is dit een periode van 10 minuten. Het is met andere woorden niet altijd voldoende dat men aantoont dat de gevelbekleding op zich de nodige brandreactieklasse bezit.

 

Gevelbekleding op basis van hout

 

Zoals alle gevelbekledingen moeten ook houten gevelbekledingen aan bovenstaande eisen voldoen. Voor een aantal opbouwen, houten gevelbekleding met inbegrip van de onderliggende lagen, werden testen uitgevoerd op Europees niveau. Deze testen resulteerden in een tabel van oplossingen die voldoen aan de vereisten van brandreactieklasse D-s2,d0.

Wanneer de gekozen opbouw terug te vinden is in deze tabel, mag de brandreactieklasse D-s2,d0 voor de opbouw overgenomen worden. In dit geval hoeft men geen testen uit te voeren.


Een gesloten houten gevelbekleding (gevelbekleding zonder openingen of voegen) haalt een brandreactieklasse D-s2,d0 wanneer:

 

  • De densiteit van het hout tenminste 390 kg/m³ bedraagt;
  • De totale dikte van de planchet tenminste 18 mm bedraagt en de minimale dikte op een willekeuring punt tenminste 12 mm. Het geprofileerde deel aan de blootgestelde zijde mag niet groter zijn dan 20 % van het effen deel (of 25 % indien gemeten aan zowel de blootgestelde als de niet blootgestelde zijde van het paneel).
  • De planchetten horizontaal of verticaal geplaatst worden;
  • Er een geventileerde spouw is van tenminste 20 mm;
  • De ondergrond achter de geventileerde spouw tenminste tot de brandreactieklasse A2-s1,d0 behoort en een minimale densiteit van 10 kg/m³ bezit.

 

Een open houten gevelbekleding (gevelbekleding met voegen tussen de planchetten) haalt een brandreactieklasse D-s2,d0 wanneer:

 

  • De densiteit van het hout tenminste 390 kg/m³ bedraagt;
  • De totale dikte van de planchet tenminste 18 mm bedraagt;
  • Er een geventileerde spouw is van tenminste 20 mm;
  • De planchetten horizontaal of verticaal worden geplaatst;
  • Het maximaal blootgestelde deel van de houten stroken voldoet aan : 2n (t+w) + a  1,10 met n het aantal houten elementen per meter, t de dikte van het houten element (in meter), w de breedte van het houten element (in meter) en a het blootgesteld deel van de houten draagconstructie (in m²);
  • De ondergrond achter de geventileerde spouw tenminste tot de brandreactieklasse A2-s1,d0 behoort en een minimale densiteit van 10 kg/m³ bezit.

 

Voor de open houten gevelbekleding wordt het toepassingsgebied sterk verkleind door de eis op het maximaal blootgestelde deel van de houten stroken. Veronderstel een houten planchet van t = 21 mm x w = 100 mm die geplaatst wordt met een voeg van 10 mm. Wanneer we het blootgesteld deel van de houten draagconstructie verwaarlozen (a=0 m²) dan vinden we : n = 1000 mm / (100 mm + 10 mm) = 9,1 dus 2n (t+w) = 2 x 9,1 x (0,1 m + 0,02 m) = 2,18 > 1,10. Deze opstelling voldoet dus niet aan de oplossing beschreven in de tabel. Deze opstelling voldoet pas aan de tabel wanneer de voeg 120 mm bedraagt.

 

Wanneer de gevelbekleding niet aan bovenstaande voorwaarden voldoet, kan de brandreactieklasse enkel aangetoond worden aan de hand van een test. Ook in deze test moet de gevelbekleding getest worden met inbegrip van de onderliggende lagen.

 

(1) Er zijn nog andere criteria mogelijk maar R, E en I zijn de meest gebruikte.
(2) Voor toepassingen waarvoor een brandreactieklasse van minstens A2-s3,d2 vereist is, wordt een K230 gevraagd. Het brandbeschermingsvermogen wordt bepaald door een test volgens NBN EN 14315.