NAV standpunt

"Plannen richting A-label in plaats van renoveren met horten en stoten"

Dirk Mattheeuws, voorzitter NAV • 10 december 2021

De klimaattop in Glasgow was al even bezig toen de Vlaamse Regering het eens werd rond een renovatieverplichting voor woningen. Kopers van energetisch slechtste woningen zullen vanaf 2023 vijf jaar de tijd krijgen om die te renoveren naar een iets minder slechte woning, aangeduid met een D-label. Maar volgens Europese doelstellingen moeten we in 2050 voor √°l onze woningen aan label A geraken, het hoogste niveau dus. Renovatie verplichten bij verkoop is een goede zaak, want renovatie is een onmisbaar stukje in de klimaatpuzzel. Maar de lat op een energierenovatie met label D leggen is een gemiste kans.

Toelaten om in meerdere fases te renoveren is goed. Maar door niet te verplichten om die stappen op elkaar af te stemmen, riskeren vele projecten op lange termijn een duurder en minder kwalitatief renovatietraject af te leggen. Als architect-experten komen we ook wel eens op doe-het-zelf-en/of niet-vergunningsplichtige werven, zonder begeleiding door een architect, waar het fout is gelopen. Uit die ervaring weten we dat half­slachtige doelstellingen voor ondoordachte en overhaaste werken zorgen. En dat is jammer, want het is een verspilling van middelen, zowel van de bouwheren als van de overheid.

 

Als architecten pleiten we voor meer ambitie, gespreid over meer tijd, binnen een integrale aanpak. We moeten meteen plannen richting label A. Bouwheren moeten daarvoor meer tijd en budgettaire ademruimte krijgen. We moeten dus de mogelijkheid bieden om in meerdere stappen te werken, maar met een vooraf uitgestippelde, ambitieuze langetermijnstrategie.

 

Een dergelijke masterplanaanpak voor een renovatie op maat moet toegankelijk zijn voor iedereen en moet rekening houden met de staat van de woning, het comfort van de bewoners, een rationele planning van de ingrepen en een optimale balans tussen de doeltreffendheid en de kostprijs van de werkzaamheden. Investeren in professionele expertise van bij de start (zelfs al bij de aankoop van de woning) resulteert in kwaliteit en waardewinst op het einde van de rit. Zo kunnen wij als architecten onze bouwheren helpen om onnodige kosten of slecht op elkaar afgestemde ingrepen te vermijden.

 

De Vlaamse overheid moet deze aanpak expliciet stimuleren. Een kwalitatieve duurzame renovatie binnen een masterplanaanpak is immers geen luxe maar een vereiste. Zo’n integrale aanpak subsidiëren of fiscaal aantrekkelijk maken komt op die manier zowel het klimaat als de leefkwaliteit van onze bouwheren ten goede. En die twee gaan wonderwel hand in hand.