ruimtelijke ordening

Gemeente Aalter herbestemt twee historische elektriciteitscabines tot flexibele exporuimtes

Bertrand Lafontaine, Palindroom • 20 juni 2024

In het Oost-Vlaamse Aalter ondergingen twee oude en identieke elektriciteitscabines een opvallende transformatie. Met respect voor het oorspronkelijke ontwerp en materiaalgebruik werden ze door ARKS architecten in opdracht van het gemeentebestuur hersteld en omgevormd tot een locatie voor tentoonstellingen. Een kenmerkende toevoeging aan de gevels zijn de strakke stalen 'boxen' met 'smartglas', die bewust contrasteren met de ruwe betonsteen. Het slimme glassysteem kan variëren tussen doorzichtig en opaak, waardoor het nieuwsgierigheid opwekt en bezoekers uitnodigt om dichterbij te komen. Het project is een toonvoorbeeld van erfgoedwaardering en leent zich dankzij zijn polyvalente inrichting perfect tot tijdelijk en meervoudig gebruik.

Datum: 2023
Ligging: Stationsstraat, 9880 Aalter
Opdrachtgever: Gemeente Aalter
Ontwerpteam: ARKS architecten bv
Hoofdaannemer: Den Blauwen Xavier bv

Met de restauratie en herbestemming wilde het gemeentebestuur niet alleen een stukje Aalterse geschiedenis onder de aandacht brengen, maar ook het straatbeeld opwaarderen. “De twee elektriciteitscabines – ‘kotjes’, zoals ze hier worden genoemd – lagen er erg vervallen bij. Veel Aalternaren wilden er eigenlijk van af”, zegt burgemeester Pieter De Crem.” Overtuigd van de erfgoedwaarde werd toch beslist de ‘kotjes’ een tweede leven te geven. Architectenbureau ARKS, dat kantoor houdt recht tegenover een van de twee elektriciteitscabines in de Stationsstraat, werd hiervoor aangesproken.

Het slimme glassysteem kan variëren tussen doorzichtig en opaak, waardoor het nieuwsgierigheid opwekt en bezoekers uitnodigt om dichterbij te komen.

Meer dan restauratie

Van meet af aan wou ontwerpend architect Stijn Slabbinck dat het project meer zou omhelzen dan louter een klassieke restauratie van de twee cabines tot hun oorspronkelijke staat. “De gevelstenen waren in de loop der jaren sterk verweerd geraakt door het verkeer en dat wilden we niet verdoezelen door alles netjes te bepleisteren.” Een tweede architecturale ingreep had betrekking op het zichtbaar maken van het interieur van de elektriciteitscabines aan de buitenzijde. “De nieuwe ramen in de voorgevel hebben dezelfde verdeling als de oorspronkelijke metalen deuren van de cabines. Die verhoudingen en dat ritme wilden we absoluut behouden”, aldus Slabbinck.

Stijn Slabbinck en Martha Van Haeverbeek: 'Dankzij nieuwe wapeningen aan de binnenzijde zijn beide gebouwen nu goed voor minstens nog eens honderd jaar.”

Stabiliteit als uitdaging

Naast de strakke timing was de grootste uitdaging voor het ARKS-team wellicht de stabiliteit en het verzoenen van een aantal verstevigende ingrepen met het esthetische beeld ze voor ogen hadden. “Vooral de vrijstaande cabine nabij het station was erg beschadigd”, herinnert uitvoerend architect Martha Van Haeverbeek zich. “De klimop was tot binnen gegroeid. Eens verwijderd, was het toch even schrikken van alle scheuren in het gebouw.” Behalve het hervoegen van de gevelstenen, werden ook nieuwe wapeningen aan de binnenzijde geplaatst om de verweerde stenen te kunnen behouden. “Hierdoor zijn beide gebouwen nu goed voor minstens nog eens honderd jaar.”

 

Dat beide elektriciteitscabines zich in zo een slechte staat bevonden, had volgens burgemeester De Crem veel te maken met de tijd waarin ze werden gebouwd: “De Eerste Wereldoorlog was net afgelopen. Het was een moeilijke periode. Publieke middelen waren weinig voorhanden, net zomin als kwaliteitsvolle bouwmaterialen.”

De nieuwe ramen in de voorgevel hebben dezelfde verdeling als de oorspronkelijke metalen deuren van de cabines.

Hergebruik als strategie

“Voor een openbaar bestuur is de keuze voor het behoud van historische panden niet de meest evidente en al zeker niet de goedkoopste. We hadden beide elektriciteitscabines kunnen verkopen of we hadden ze kunnen ‘platgooien’ en vervangen door een parkje. Maar het is architecturaal erfgoed dus kozen we voor hergebruik het ruimtelijk rendement te verhogen.”

 

Hoewel beide elektriciteitscabines identiek zijn, is hun respectievelijke herbestemming dat niét, vult architect Stijn Slabbinck aan. “Het ene gebouwtje kreeg een vaste invulling: een opgepoetste en volledig gerestaureerde reconstructie van het oorspronkelijke interieur met alle technieken en apparatuur van toen. In de andere cabine werd alle oorspronkelijke technologie dan weer weggehaald, om ruimte te maken voor tijdelijke exposities.” Dat de elektriciteitscabines zich uitstekend lenen tot tijdelijk en meervoudig gebruik, is grotendeels te danken aan de polyvalente inrichting van het interieur. Slabbinck: “Binnenin hebben we alles mooi zwart geschilderd. Zo worden de elektriciteitscabines een soort black box, waar we bovendien een zeer polyvalent verlichtingssysteem hebben geïnstalleerd.”

Het ene gebouwtje kreeg een vaste invulling: een opgepoetste en volledig gerestaureerde reconstructie van het oorspronkelijke interieur met alle technieken en apparatuur van toen.

In de andere cabine werd alle oorspronkelijke technologie dan weer weggehaald, om ruimte te maken voor tijdelijke exposities.

Herkenbaar en aantrekkelijk ontwerp

Geen voorstelling zonder bezoekers. En dus was het voor zowel het gemeentebestuur als de architecten zeer belangrijk om de passanten bij het project te betrekken. Slabbinck: “Dat hebben we enerzijds proberen doen door de raamprofielen op te vatten als een strakke box die als een soort ‘opstapje’ de bezoeker uitnodigt om naar binnen te turen. Anderzijds hebben we gekozen voor smartglas, dat volgens een bepaald ritme nu eens volledig transparant wordt en dan weer mat en ondoorzichtig.”

 

Het ‘slimme glas’ is een speels element dat in belangrijke mate bijdraagt aan de herkenbaarheid, leesbaarheid en aantrekkelijkheid van het project “Je ziet de mensen daadwerkelijk op de raamkozijnen stappen om naar binnen te kijken. En wanneer het ene raam opeens mat wordt en het andere doorzichtig, zie je hoe ze zich verplaatsten om vanuit die andere plek verder te kijken. Het werkt dus. En dat is leuk om zien”, zeggen architecten Stijn Slabbinck en Martha Van Haeverbeek.

'De getransformeerde elektriciteitscabines hebben een duidelijke cultuurhistorische functie en doen een appel op het collectief geheugen”, zegt burgemeester De Crem.