De teamleden moeten niet alleen over de nodige deskundigheid beschikken, maar moeten ook kunnen samenwerken, communiceren, informatie delen, vertrouwen geven en creƫren, oog hebben voor andermans belangen, bereid zijn indien nodig de eigen belangen naar het tweede plan te schuiven.
  • De opdrachtnemer werkt markt- en klantgericht met als uitgangspunten de behoeften van de eindgebruiker/samenleving en de levensduurkosten van bouwwerken. Samen met de opdrachtgever worden de doelstellingen en de kritische succesfactoren van het project bepaald. Daartoe behoren het programma van eisen, het budget en de termijnen waarbinnen het project opleverbaar zal zijn.
     
  • De mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd en/of overtroffen, kan bepaalde gevolgen hebben. Omtrent die mogelijke repercussies kan tussen de partners een verdeelsleutel worden vastgelegd in de vorm van een soort bonus-malussysteem.
     
  • Als hoofdprincipe geldt dat alle bouwteamleden de doelstellingen van het project laten voorgaan op het eigen belang en dat altijd wordt gezocht naar oplossingen om het doel te bereiken. Zij stellen het projectbelang voorop, werken nauw samen met de andere partners, delen hun kennis en lossen problemen samen op. De bouwteamleden verbinden zich tot wederzijds vertrouwen, een open communicatie, een optimale overdracht van informatie en respect voor de binnen het bouwteam gemaakte afspraken. Er is een no claim engagement en de leden van het bouwteam verbinden er zich toe tot het uiterste te gaan om de doelstellingen van het project te realiseren.
     
  • De opdrachtnemer werkt transparant en toetsbaar om opdrachtgevers vertrouwen te geven. Hij leeft een gedragscode na die de integriteit stimuleert. Hij verlangt hetzelfde van de onderaannemers en eist uitleg als een dergelijke code ontbreekt. Hij onderneemt op maatschappelijk verantwoorde wijze.
     
  • De teamleden maken afspraken over de inbreng die van elke partner wordt verwacht, de taakverdeling en de daaraan verbonden verantwoordelijkheden (wie is coördinator, verslaggever, …), de manier, inhoud (budget, ontwerp, planning, …) en frequentie (wekelijks, tweewekelijks, driewekelijks) van overleggen, de manier van besluitvorming, de wijze van verslaggeving, de timing.