Nieuws

Compensatieregeling voor het S-peil

Arch. Melanie Vercruysse - studiedienst NAV • 20 juli 2021

Sinds januari 2018 is er voor zowel nieuwbouwwoningen als renovaties gelijkgesteld aan nieuwbouw niet langer sprake van een K-peil maar wel van een S-peil. Een eis die heel sterk inzet op vormefficiƫntie, de kwaliteit van de gebouwschil en de energiebehoefte. Al bij de inwerkingtreding van het S-peil werd de lat meteen zeer hoog gelegd. S31 heeft er in de voorbije 3 jaar voor gezorgd dat veel architecten hun ontwerpen grondig moesten herwerken Ʃn bouwheren hun budget moesten herzien. NAV uitte eerder al zijn bezorgdheid rond de verstrenging naar S28 vanaf 2022. De Vlaamse regering stelt nu een compensatieregeling voor.

Uit een rondvraag bij architecten zowel in 2019 als 2020, en problemen die NAV de voorbije 3 jaren stelselmatig bereikten via de helpdesk, blijkt dat toch het merendeel van het architectenkorps problemen ondervindt met het S-peil. De problemen gaan van een sterke verhoging van de bouwkost tot een beperking in ontwerpvrijheid. Het S-peil gaat bij deze laatste voorbij aan andere relevante aspecten van architectuur zoals leefkwaliteit, lichtinval, ontwerpen eigen aan een plek of perceel, vrije keuze in alternatieve bouwmaterialen, enz.

 

Veel architecten zien een geplande verstrenging van S31 naar S28 dan ook somber in. Dit zou namelijk betekenen dat nog meer investeringen in onder meer de beglazing en de isolatie van een nieuwe woning noodzakelijk zijn, terwijl dit ecologisch en economisch niet langer zinvol is. Terugverdientijden voor gezinnen lopen te lang op en de productie van de extra isolatiematerialen stoot stilaan meer CO2 uit dan dat er kan bespaard worden tijdens de levensduur van een gebouw. Hierboven worstelt de bouwsector op vandaag al met serieuze prijsstijgingen van bouwmaterialen, voornamelijk voor de populairste isolatiematerialen PUR/PIR. Een verstrenging betekent dan ook een cumulatie van meerkosten voor de nieuwbouw. Bijkomend blijkt duidelijk uit de praktijk dat niet alleen grote vrijstaande woningen getroffen zijn, maar bijvoorbeeld ook kleinere en ingesloten woningrenovaties die door hun aard van werken volgens de energieprestatieregelgeving worden gelijkgesteld aan nieuwbouw (>75% vernieuwde scheidingsconstructies en een vervanging van het verwarmingssysteem) of woningen die inzetten op een ecologische en/of circulaire gedachtengoed en kiezen voor specifieke bouwmaterialen.

 

Naar aanleiding van bovenstaande probleempunten en een aantal kleinere problemen met het S-peil zoals die vandaag in de rekenmethodiek zijn opgenomen, uitte NAV eerder al grote bedenkingen bij een verstrenging naar S28 in 2022. NAV is dan ook verheugd dat het de kans kreeg om samen met VCB en Bouwunie in direct overleg te gaan met het kabinet van minister Demir en zich mee kon buigen over een haalbaar alternatief.

 

Vrijdag 16 juli volgde uit de ministerraad dan eindelijk een eerste principieel akkoord over een voorstel waarbij de aanscherping van S31 naar S28 zou kunnen worden gecompenseerd met een strenger E-peil (cfr. de eis inzake het aandeel hernieuwbare energie). Het voorstel bevat dan ook een compensatieregeling voor een S-peil van S29, S30 of S31, waarbij cumulatief voldaan moet zijn aan artikel 9.1.12/2 (eis hernieuwbaar aandeel) en aan een strenger E-peil:w

 

  • Voor bouwaanvraagjaar 2022 wordt een tussenniveau van E25 voorzien;
  • Vanaf bouwaanvraagjaar 2023 een niveau van E20.

 

Over dit voorstel wordt nu advies ingewonnen aan de VREG, de SERV en de MINA-RAAD. In het najaar volgt een tweede lezing en definitieve goedkeuring.

 

Parallel zal het VEKA een onderzoek laten uitvoeren naar de beschikbaarheid en betaalbaarheid van bouw- en isolatiematerialen in relatie tot het behalen van de EPB-eisen (S-peil, E-peil). Bij dit onderzoek worden de sectorfederaties uit de bouw bevraagd en betrokken bij de conclusies.

 

NAV ondersteunt de compensatieregeling en de mogelijkheid om eerder te investeren in hernieuwbare energie en de optimalisatie van technieken dan het betalen van een boete. NAV hoopt wel dat de bouwsector en vooral hun klanten meer tijd krijgen om deze ontwikkelingen te kunnen beheersen en dat een grotere spreiding in de tijd overwogen wordt. E25 vanaf 2022 en E20 vanaf 2023 komen ons inziens te snel na elkaar. Eén jaar tijd is gewoonweg te kort om de impact van genomen maatregelen te evalueren en de langetermijneffecten in beschouwing te nemen. Een spreiding in de tijd biedt tevens de ruimte voor de nodige verfijning van de rekenmethodiek.